De wetgever heeft het de werkgever wel erg moeilijk gemaakt om deze administratieve belasting tot het minimum te beperken:

Het komt er eigenlijk op neer dat hooguit de voordelige voorwaarden van een collectief contract, de werknemers zou kunnen stimuleren hiervoor te kiezen. Wellicht dat de werkgever wel een bijdrage zou kunnen overwegen, maar dat laat afhangen of een groot deel van de populatie bij één en dezelfde instelling gaat sparen. Dus een bijdrage voor iedereen of helemaal niets. Het Ministerie is echter desgevraagd van mening dat een dergelijke handelwijze in strijd is met de strekking van de wet en de individuele keuzevrijheid van de werknemer beperkt, dan wel ontoelaatbaar beïnvloedt. Het is overigens de Belastingdienst zelf, die in eerste instantie een standpunt in zal nemen of een dergelijke wijze van benaderen wel fiscaal gefaciliteerd zal worden. De rechter is uiteindelijk degene, die oordeelt in hoeverre regelingen binnen het wettelijk kader passen.