Levensloopwet
De levensloopwet of levensloopregeling heeft tot doel om een persoonlijke voorziening in geld te treffen, waarmee de werknemer uitsluitend een periode van extra onbetaald verlof kan financieren. Iedere werknemer krijgt hierdoor het recht te sparen om tijdens zijn loopbaan één of meerdere perioden van onbetaald verlof op te nemen. Via de levensloopregeling kunnen werknemers nog wel op 62-jarige leeftijd stoppen met werken. Werknemers krijgen daar zelfs een fiscale bonus voor. Per 1 januari 2006 is deelname aan een levensloopregeling een wettelijk recht. Werknemers moeten op dat moment bij hun bedrijf kunnen deelnemen aan een regeling waarbij ze belastingvrij kunnen sparen voor een periode van verlof of voor vervroegd pensioen. Het fiscale voordeel is te vergelijken met een lijfrenteverzekering of koopsomstorting. Voor levensloopsparen hoeft de werknemer geen beroep te doen op een verzekeraar: sparen mag ook via een bank of een pensioenfonds. . .
Ieder jaar mag 12% van het totale inkomen worden gespaard. Bij een inkomen van bijvoorbeeld € 48.000 mag dan € 5.700 belastingvrij worden gespaard. Een verzekering is daarvoor niet nodig en ook dat scheelt in kosten. Om mede te doen met het levensloopsparen is geen toestemming van het bedrijf nodig.. Bovendien kan de werknemer ervoor kiezen minder dan 12% te sparen.
In totaal mag u 210% van uw jaarinkomen sparen.
De stortingen in de levensloopregeling hoeven niet altijd uit het brutoloon te worden gedaan, maar kunnen ook gefinancierd worden uit andere bronnen, zoals verlofuren, de vakantietoeslag en de eindejaarsuitkering. De levensloopregeling is dus een uitstekend doel om de arbeidsvoorwaarden nog meer te flexibiliseren.
